Inleiding tot wetten en regels

Je valt altijd onder wetten en regels vallen. Je leest hier een vereenvoudigde prioriteitsvolgorde:

  • universele wetten, geweten, religie/God (voor wie zich binnen dit universum bevindt)
  • wereldwijde wetten, mensenrechten (voor wie op deze wereld woont)
  • Europese wetten (voor wie in Europa woont)
  • Belgische Wetten (voor wie in België woont)

Je wordt geacht de wet te kennen en je hieraan te houden. Zowel als mens, als in de rol van coach of counsellor. Het zich niet houden aan de wetten kan gevolgen hebben voor jou. Als wetten in tegenspraak met elkaar zijn, dien je een keuze te maken onder welke wetten je wenst te vallen. Iedere keuze heeft gevolgen voor jezelf en je omgeving. Om eventuele schade te beperken, is een zorgvuldige afweging noodzakelijk. Ongeacht wat je beslist, je zult met de gevolgen van die beslissing moeten leven.

– De ethische code van de Association For Coaching

Mensen die coachen en counsellen, vallen ook onder de ethische code/beroepscode voor coaches of counsellors. Wereldwijd bestaan hiervan honderden varianten en versies. Iedere beroepsvereniging (en ook hiervan zijn er honderden) heeft zijn eigen versie. Als coach en counsellor dien je je te houden aan de versie van de beroepsvereniging(en) waarbij je staat ingeschreven. Coaches en counsellors dienen de beroepscode die ze hanteren kenbaar te maken. Dat kan o.a. door: te verwijzen naar hun beroepsorganisatie, door de code op hun site te zetten, door ze te deponeren, door ze aan hun cliënten te geven als ze erom vragen.

Leden van www.coachingcounselling.be, counsellors, coaches en instellingen die we linken via onze sites, studenten, trainers, docenten en de medewerkers van de Academie voor Coaching en Counselling dienen zich te houden aan de hierna volgende ethische code/beroepscode. De examenvragen voor de studenten zijn op deze ethische code gebaseerd.

Tot slot dien je jezelf te houden aan de wetten/regels van het bedrijf/de instelling waarvoor je werkt.

De nu volgende regels voor coaches staan boven de regels van een bedrijf/instelling waar je eventueel als coach werkt, tenzij je tevoren duidelijk aan je coachee’s hebt aangegeven op welke punten je van de algemene counsellings- en coachingsregels afwijkt, zodat ze hiervan vooraf op de hoogte zijn en misverstanden worden voorkomen.

Je dient vooraf vast te stellen onder welke wetten je wenst te vallen. Zeker als je bijvoorbeeld coacht via internet. Welke wetten gelden dan? De (inter)nationale wetten op dat gebied zijn steeds in ontwikkeling. Je dient rekening te houden met het land waarin je bedrijf is gevestigd, met het land waar je je diensten levert en waar je coachee zich op dat moment bevindt.

Het is dus nodig dat je voor jezelf de drie volgende gebieden met elkaar in overeenstemming brengt en dat communiceert naar je coachee’s. Je dient hierin congruent te zijn.

  • eigen religie / principes / geweten / normen / waarden / zeden / gedragingen
  • tal van wetten, regels en verplichtingen waaraan je onderworpen bent
  • de ethische code/beroepscode voor coaches

Bij onduidelijkheden of moeilijkheden dien je steeds te overleggen met je geweten en met je supervisor of intervisiegroep en, indien relevant, met je coachee. Doe dit zonder dat de identiteit van je coachee voor anderen te achterhalen is. Val terug op de basisregel: ‘Handel altijd in het belang van je coachee’. Bij coaching beslist de coachee zelf wat in zijn of haar belang is, behalve als hij of zij (tijdelijk) niet in staat is die belangen helder te zien. Mogelijk heb je dan de grenzen van het coachen bereikt en is andere hulp meer geschikt. Verwijs door als het noodzakelijk is.

Bij twijfel over een situatie of mogelijke tegenspraak van de regels kun je hierop terugvallen. Vraag jezelf af: “Wat is goed voor deze coachee?”

De coachee weet uiteindelijk zelf het beste wat goed voor hem of haar is en is zowel in privé als professioneel in staat beslissingen te nemen op basis van eigen afwegingen.
De coachee is zelf verantwoordelijk voor de keuze die hij of zij maakt en is zelf aanspreekbaar op zijn of haar gedrag.

Counsellors die in België werken, vallen onder de Belgische wet. De Belgische Wetten, de Europese Wetten, de Wereldwijde Wetten en de Universele Wetten gaan boven de regels en beroepscodes. Je dient je dus ook aan die wetten te houden.

Het is dus nodig dat je voor jezelf de drie volgende gebieden met elkaar in overeenstemming brengt en dat communiceert naar je cliënten. Je dient hierin congruent te zijn.

  • eigen religie / principes / geweten / normen / waarden / zeden / gedragingen
  • tal van wetten, regels, verplichtingen waaraan je onderworpen bent
  • de ethische code / beroepscode voor counsellors

Bij onduidelijkheden of moeilijkheden dien je steeds te overleggen met je geweten en je supervisor of Intervisiegroep en, indien relevant, met je cliënt. Doe dit zonder dat de identiteit van je cliënt voor anderen te achterhalen is. Val terug op de basisregel: ‘Handel altijd in het belang van je cliënt.’ Bij counselling beslist de cliënt zelf wat in zijn of haar belang is, behalve als hij of zij (tijdelijk) niet in staat is die belangen helder te zien. Mogelijk heb je dan de grenzen van het counsellen bereikt en is andere hulp meer geschikt. Verwijs dus door als het noodzakelijk is.

De Bron.
De nu volgende ethische code / beroepscode heeft de code van de BACP als uitgangspunt genomen. Deze is iets aangepast aan de Belgische omstandigheden. Deze regels zijn niet uitputtend maar geven je een idee van wat wel en niet kan. De ethische code van de ACA is veel uitgebreider en concreter maar sommige zaken zijn minder van toepassing op hoe we in België counsellen. Voor een ruimer begrip raad ik aan om ook die te bestuderen. Voor meer diepgang kun je ook het volgende boek lezen, zodat je ziet hoe de regels tot stand zijn gekomen en waarom ze er zijn:

Tim BOND, ‘Standards and Ethics for Counselling in Action’, uitg; Sage Publications – ISBN: 0 7619 6309 x

Het Examen.
Voor het examen van de Academie voor Coaching en Counselling vragen we alleen naar de volgende ethische code. Je wordt bevraagd over hoe je dient te handelen volgens deze (minimale) regels, die je moet kunnen dromen en toepassen. We vragen ernaar in alle jaren en letten erop dat je ze toepast binnen en buiten de les!

De hoofdregel waarvan alle andere regels zijn afgeleid:
‘Handel altijd in het belang van je cliënt.’

Bij twijfel over een situatie of bij mogelijke tegenspraak van de regels kun je hierop terugvallen. Vraag jezelf af: “Wat is goed voor deze cliënt?”

A – De Ethische Waarden

Van deze hoofdregel zijn de zes ethische waarden afgeleid (A1 – A6).
Van deze zes ethische waarden is de gedetailleerde beroepscode afgeleid (B1 – B6).

A. Ethische Waarden

De basisvoorwaarden voor counselling zijn: integriteit, onpartijdigheid en respect.

A.1 Verantwoordelijkheid

Tijdens het counsellen doe je al het mogelijke om de veiligheid van je cliënt te garanderen. Counselling is een vorm van hulpverlenin, uitbuiting in wat voor vorm dan ook is nooit toegestaan. Ongeacht de setting of het counseltarief dien je steeds te werken volgens de hoogste ethische standaard.

A.2 Anti-discriminatie regels

Je dient je bewust te zijn van je eventuele vooroordelen en stereotype opvattingen en ervoor te zorgen dat je een anti-discriminerende houding en gedrag hebt. Zowel in de rol als counsellor als in het dagelijks leven.

A.3 Vertrouwelijkheid

Je biedt vertrouwelijkheid op het hoogst mogelijk niveau omdat je de privacy van je cliënten respecteert en je hierdoor de vertrouwensband opbouwt die noodzakelijk is voor het counsellen.

A.4 Contracten

De condities en voorwaarden waaronder je counselling aanbiedt, dien je vooraf aan je cliënten kenbaar te maken. Bij tussentijdse verandering hiervan dien je vooraf met je cliënt overeenstemming te bereiken.

A.5 Grenzen

Tijdens en rond de counselrelatie dien je duidelijke grenzen te stellen en in acht te nemen. Je dient rekening te houden met de effecten van overlappende, dubbele of al bestaande relaties.

A.6 Competentie

Je doet al het mogelijke om de kwaliteit van je werk te controleren, je eigen competentie te verbeteren en steeds binnen de grenzen van die competentie te werken. Je dient regelmatig gebruik te maken van geschikte supervisie en/of intervisie.

 

B – De Beroepscode

Introductie.

Deze code diept de eerder genoemde Ethische Code (A1 – A6) uit door specifieke zaken te belichten die voor kunnen komen tijdens het counsellen. Alle regels in de beroeps- en ethische code dien je in samenhang te begrijpen en toe te passen. Hoewel er veel regels in staan, zijn ze niet uitputtend; er zijn veel verschillende situaties. Kijk ook naar de geest of de bedoeling van de regels, zodat je in de meeste situaties kunt inschatten wat juist is en wat niet. Je bent zelf volledig verantwoordelijk voor wat je al dan niet doet. Regels vormen een hulpmiddel, laat ze geen juk worden. Ze zijn gebaseerd op de ervaringen van cliënten, counsellors, coaches, en tal van andere hulpverleners. Ze zijn er om de cliënt en jezelf te beschermen tegen mogelijke ongewenste gevolgen van het counsellen. Houd er rekening mee dat ze onderhevig zijn aan veranderingen.

B1 Verantwoordelijkheid.
B.1.1 De counsellor / cliënt relatie is een ethische relatie waarbij je cliënt op de eerste plaats komt. Het is belangrijk om je te realiseren, dat counselling niet in een sociaal vacuüm plaatsvindt. Het is nodig dat je je bewust bent van je verantwoordelijkheden naar anderen.

B.1.2 Je bent verantwoordelijk voor je (therapeutische) beslissingen in het werk met je cliënten.

B.1.3 Verantwoordelijkheid voor de cliënt.
B.1.3.1 Je dient alle mogelijke maatregelen te nemen om er zeker van te zijn dat je cliënt geen fysieke of psychische schade oploopt tijdens de sessies.

B.1.3.2 Je mag je cliënten op geen enkele wijze uitbuiten. Noch financieel, noch seksueel, noch emotioneel noch op een andere wijze. Het is verbonden om het op een seksuele activiteit aan te sturen of een seksuele activiteit met je cliënt te hebben.

B.1.3.3 Je dient te zorgen voor absolute privacy tijdens de counsellingsessies. De sessies mogen niet afgeluisterd, geobserveerd of opgenomen worden, zonder de uitdrukkelijke toestemming van je cliënt, nadat deze vooraf is ingelicht over de mogelijke gevolgen hiervan. Ook dien je er voor te zorgen dat de sessies niet onderbroken worden.

B.1.3.4 Bij het counsellen is de machtsverhouding ongelijk. Je dient je macht altijd te gebruiken om de cliënt te helpen. Misbruik van je macht is nooit toegestaan.

B.1.3.5 Je handelt normaal gesproken niet voor je cliënten. Als je het wel doet, dan doe je dat uitsluitend als je cliënt dit expliciet verzoekt of in uitzonderlijke gevallen.

B.1.3.6 Wanneer je counselt geef je normaal gesproken geen advies. Wanneer je coacht geef je op z’n hoogst vrijblijvende adviezen. De cliënt heeft altijd de vrijheid om er al dan niet gehoor aan te geven.

B.1.3.7 Je hebt de verantwoordelijkheid om aan het begin van de counselrelatie samen met je cliënt te controleren of je cliënt ook in andere therapeutische of hulpverleningsrelaties zit, en je dient te overwegen of counselling passend is. Je dient altijd vooraf schriftelijke toestemming van je cliënt te hebben, voordat je op welke wijze dan ook ruggespraak houdt met andere professionele hulpverleners.

B.1.3.8 Je rondt samen met je cliënt de relatie af als blijkt dat de hulp die je cliënt zocht niet meer nodig is, als blijkt dat counselling je cliënt niet verder helpt of als je cliënt de relatie wenst te beëindigen.

B.1.3.9 Externe situaties kunnen er voor zorgen dat de relatie eerder wordt verbroken dan gewenst is. Je dient er vooraf voor te zorgen dat in zo’n geval aan de acute behoeften van je cliënt tegemoet gekomen kan worden. Ook als de relatie plotseling wordt verbroken.

B.1.3.10 Je dient je cliënten op een passende wijze voor te bereiden op geplande onderbrekingen. Je dient al het nodige te doen om zeker te zijn van het welzijn van je cliënten gedurende de onderbreking.

B 1.3.11 Voor doorverwijzingen mag je nooit commissie ontvangen.

B.1.4 Verantwoordelijkheden naar andere Counsellors.
B.1.4.1 Je mag je niet dusdanig gedragen dat je het publieke vertrouwen in counselling, of het vertrouwen in bepaalde counsellors ondermijnt.

B.1.4.2 Als je het vermoeden hebt dat een collega-counsellor tegen de ethische codes in handelt, en dat het na overleg met de betreffende counsellor niet is opgelost of bemiddeld, dan dien je de klachtenprocedure van zijn / haar beroepsorganisatie in werking te stellen. Het is belangrijk dat je let op zaken zoals vertrouwelijkheid en nooit meer onthult dan noodzakelijk is voor het onderzoek van de klacht.

B.1.4.3 Mocht je het gelijk aan je kant hebben, maar niet in het gelijk gesteld worden door de tuchtraad, dan kun je klachten overwegen bij andere instanties.

B.1.4.4 Mochten de klachten juist zijn, en van ernstige aard, en mocht niemand hier iets aan willen doen, dan valt het te overwegen om de publiciteit te zoeken. Overleg met je supervisor en wees je bewust van de mogelijke gevolgen. Dit om mogelijke misstanden binnen een counselorganisatie aan te kunnen pakken.

B.1.5 Verantwoordelijkheden naar Collega’s en Anderen.
B.1.5.1 Je bent in bepaalde mate verantwoordelijk voor je diensten aan collega’s, werkgevers en de betalende instanties. Tegelijkertijd dien je de privacy, behoeften, autonomie en de overeengekomen vertrouwelijkheid van je cliënten te respecteren.

B.1.5.2 Het mag nooit lijken alsof je een dienst aanbiedt terwijl dat niet zo is, want het zou een cliënt ervan kunnen weerhouden om verder te zoeken.

B.1.5.3 Je dient een belangrijke rol te spelen in het verkennen en het oplossen van mogelijke conflicten of belangenverstrengelingen tussen jezelf en de werknemers, werkgevers of instellingen, waar je je werk doet. In het bijzonder als er zaken zijn die in strijd zijn met de ethische code of het counsellen op een andere manier negatief beïnvloeden.

B.1.6 Verantwoordelijkheid en de (Nationale) Wetten.
B.1.6.1 Je dient de wetten van het land waarin je werkt te kennen. (Net als iedere andere inwoner.) Je dient op de hoogte te zijn van het effect van die wetten op je praktijk.

B.1.6.2 Counsellors die onderzoek doen, mogen dat alleen doen in overeenstemming met de BACP richtlijnen en de (Belgische) wet. (Zie BACP Information Guide 4 “Ethical Guidelines for Monitoring, Evaluation and Research in Counselling”).

B.1.6.3 Het is mogelijk dat je soms aan tegengestelde ethische principes dient te voldoen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan zaken die verband houden met: de individuele cliënt, de geheimhouding van informatie en het algemeen belang. In zulke gevallen word je aangeraden om de specifieke case nauwkeurig te onderzoeken en die met je supervisor, intervisiegroep of ervaren collega’s te bespreken. Zelfs na zorgvuldig overleg, wikken en wegen is het mogelijk dat je sommige ethische dilemma’s niet (naar volle tevredenheid) kunt oplossen.

B.2 Antidiscriminatie regels.
B.2.1 Je werkt op zo’n manier met je cliënten dat je zowel de menselijke gemeenschap als de uniekheid van het individu respecteert. Je dient gevoelig te zijn voor de culturele context en het wereldbeeld van je cliënt. Bijvoorbeeld of het individu, de familie, de gemeenschap centraal staat.

B.2.2 Je hebt de verantwoordelijkheid om op een respectvolle manier te werken met je cliënten en hen te stimuleren tot het zelfstandig maken van beslissingen binnen hun eigen geloof, normen, waarden en context.

B.2.3 Je dient mogelijke problemen m.b.t. taal, culturele verschillen of andere zaken in een vroeg stadium te bespreken met je cliënt. Je kunt eventueel het gebruik van een tolk overwegen.

B.2.4 Je dient je eigen mogelijke vooroordelen en stereotyperend gedrag onder de loep te nemen. In het bijzonder hoe dat de counselrelatie beïnvloedt en hoe dat je reacties op de cliënt beïnvloedt.

B.2.5 Je mag dus niet discrimineren op leeftijd, kleur, cultuur, handicap, etnische groep, afstamming, geslacht, ras, religie, seksuele voorkeur, huwelijkse staat, sociaal economische staat, ongebruikelijke ideeën, levenswijze etc.

B 2.5.1 Een bepaald deel van je cliënten dien je voor een lager bedrag of pro deo te helpen. Zodat ook mensen die geen geld hebben voor je service ervan gebruik kunnen maken.

B.3 Vertrouwelijkheid.
B.3.1 Vertrouwelijkheid is een manier om voor je cliënt een veilige privésfeer te scheppen en je cliënt zijn autonomie te beschermen. Daarom zal het beperken van de vertrouwelijkheid de effectiviteit van het counsellen vaak doen afnemen.

B.3.2 In het counselcontract staat tot welk niveau de vertrouwelijkheid gaat en wat de mogelijke grenzen er aan zijn. Deze overeenkomst kan herzien worden door onderhandeling tussen de cliënt en de counsellor. Afspraken m.b.t. de vertrouwelijkheid blijven ook bestaan na de dood van de cliënt of counsellor, tenzij er doorslaggevende wettelijke of ethische overwegingen zijn om die te breken.

B.3.3 De Setting.
B.3.3.1 Je dient je cliënt in te lichten over eventuele beperkingen van de vertrouwelijkheid die mogelijk binnen een setting kunnen ontstaan, zoals door het werken in een multidisciplinair team of voor een organisatie / instelling waaraan je zou moeten rapporteren onder bepaalde omstandigheden. Die beperkingen dienen duidelijk in het contract te staan.

B.3.3.2 Onder bepaalde omstandigheden zijn er specifieke beperkingen m.b.t. de vertrouwelijkheid. Als je binnen zo’n setting werkt, dan dien je jezelf bewust te zijn van het effect dat het heeft op je werk als counsellor. Je kunt beslissen of je al dan niet in die setting wilt werken. Door te weinig vertrouwelijkheid kan counselling een stuk minder effectief zijn of zelfs zinloos worden.

B.3.4 Bijzondere Omstandigheden.
B.3.4.1 Bijzondere omstandigheden kunnen ontstaan als je goede redenen hebt om aan te nemen dat er gevaar kan ontstaan voor je cliënt of andere mensen. In zulke gevallen dien je, indien mogelijk, met je cliënt te bespreken of de overeenkomst m.b.t. geheimhouding mogelijk veranderd kan worden. De beslissing om de vertrouwelijkheid te breken dient besproken te worden met je supervisor, je intervisiegroep of een ervaren collega.

B.3.4.2 Bij iedere onthulling van vertrouwelijke informatie dien je uiterst zorgvuldig te werk te gaan en mag je nooit meer onthullen dan strikt noodzakelijk. Bij de ethische afweging dien je zo veel mogelijk de belangen van je cliënt en je verantwoordelijkheden naar de gemeenschap te dienen.

B.3.4.3 Counsellors hebben verschillende gedachten over het al dan niet breken van de geheimhouding. Het gaat dan om zaken zoals potentiële zelfbeschadiging, zelfmoord, schade toebrengen aan anderen. Je dient hierover je standpunt te bepalen en dit kenbaar te maken voordat je begint met het counsellen.

B.3.5 Omgaan met Vertrouwelijkheid.
B.3.5.1. Je dient de identiteit van je cliënten apart te bewaren van de eventuele dossiers.

B.3.5.2 Vooraf dien je duidelijke maatregelen te nemen voor veilige vernietiging van eventuele dossiers, zeker in het geval je hiertoe plotseling niet meer in staat bent of komt te overlijden.

B.3.5.3 Je dient er voor te zorgen dat er nooit vertrouwelijk informatie achterhaald kan worden via overlappende netwerken van (vertrouwelijke) relaties.

B.3.5.4 Als je vertrouwelijk materiaal gebruikt voor casestudies, rapporten en publicaties, dan dien je schriftelijke toestemming van je cliënt hiervoor te hebben en dient de identiteit van je cliënt altijd effectief verhuld te blijven.

B.3.5.5 Iedere discussie over je werk als counsellor met je collega’s of anderen dient doelgericht te zijn en niet bagatelliserend.

B.3.5.6 Je dient er goed op te letten dat je de identiteit van je cliënten altijd beschermt. Ook in discussies met collega’s of tijdens je supervisie- of intervisiegesprekken.

B.3.5.7 De cliënt kan zijn recht op privacy alleen opgeven uit vrije wil.

B.4 Contracten.
B.4.1 Adverteren en Openbare Verklaringen.
B.4.1.1 Lidmaatschap van een beroepsvereniging is niet een kwalificatie en mag dus ook niet als zodanig gebruikt worden. In advertenties, telefoonboeken, visitekaartjes, briefhoofden, naamschilden, etc. dien je de informatie die je geeft te beperken tot je naam, relevante kwalificaties, adres, telefoonnummer, beschikbare tijden en een lijst met beschikbare diensten en tarieven. Je mag niet het lidmaatschap van je beroepsvereniging vermelden als zijnde een kwalificatie.

B.4.1.2 In mondelinge verklaringen, brieven, folders, internetsites aan het publiek en potentiële cliënten mag je het lidmaatschap van een beroepsorganisatie niet vermelden zonder de verklaring dat dat betekent dat je je houdt aan de Ethische Code van die beroepsorganisatie en onderworpen bent aan hun klachtenprocedure of tuchtrecht. Bovendien dien je er voor te zorgen dat je cliënten toegang hebben tot die ethische / beroepscode.

B.4.1.3 Als je lid bent van een beroepsorganisatie vermeld dan de status van je lidmaatschap.

B.4.1.4 In ieder opzicht dienen de advertenties en openbare verklaringen feitelijk juist te zijn.

B.4.1.5 Je mag nooit informatie weergeven die misleidend zou kunnen zijn, zoals een relatie met een organisatie op zo’n manier dat het lijkt alsof die organisatie je steunt of accrediteert, terwijl dit niet zo is.

B.4.2 Counselling informatie vooraf.
B.4.2.1 Ieder gepubliceerd materiaal, alle geschreven en mondelinge informatie dient in overeenstemming te zijn met de diensten die worden aangeboden, de relevante training en de kwalificaties en ervaringen van de counsellor.

B.4.2.2 Counsellors dienen alle redelijke voorzorgen te nemen om te zorgen dat de informatie die vooraf wordt gegeven juist is.

B.4.3 Een contract aangaan met Cliënten.
B.4.3.1 Je bent verantwoordelijk voor het aangaan van een counselovereenkomst met je cliënten. Het gaat om zaken zoals: de voorwaarden waaronder het counsellen wordt aangeboden, de beschikbaarheid, de graad van geheimhouding, betalingsregelingen, mogelijke afzeggingen en andere belangrijke zaken. Over al dat soort zaken dient er een duidelijke overeenkomst te zijn, voordat er met het counsellen begonnen mag worden.

B.4.3.2 Je dient er zeker van te zijn dat je cliënt uit vrije wil gecounseld wordt. Ook geef je de cliënt de ruimte om van mening te veranderen en te stoppen met de sessies.

B.4.3.3 Je dient altijd belangenverstrengeling te vermijden. Als er een mogelijke belangenverstrengeling zou kunnen ontstaan, of al is ontstaan dan dien je dat te bespreken met je supervisor of intervisiegroep. Indien het gepast is, dien je het ook met je cliënt te bespreken.

B.4.3.4 Indien je een agenda, dossiers of andere gegevens van cliënten bijhoudt, dan dien je je cliënten hiervan op de hoogte te stellen. Als een cliënt erom verzoekt, dan ben je verplicht om zijn volledige dossier te laten zien. Je dient je cliënten op de hoogte te stellen van de graad van beveiliging van de vertrouwelijke gegevens en eventueel van het feit of anderen hier toegang toe hebben.

B.4.3.5 Je dient je bewust te zijn van het feit dat (computer)bestanden onderworpen kunnen zijn aan veranderende regeringsregels.

B.5 Grenzen.
B.5.1 Je bent verantwoordelijk voor het stellen en bewaken van grenzen tussen jezelf en je cliënt. Je dient expliciet duidelijk te maken dat counselling een formele contractuele relatie is en niets anders.

B.5.2 Je mag geen meervoudige relaties met je cliënt of anderen hebben in het counselgebeuren. Je kunt slechts 1 rol tegelijk vervullen t.o.v. een persoon. Groepen van rollen die niet samen mogen gaan zijn:

  • Cliënt
  • Counsellor
  • Supervisor
  • Intervisiebegeleider / Trainer / Docent / Coach
  • Werknemer, Werkgever, Familie, Vriendschap, Zakenrelatie

B.5.3 Je blijft verantwoordelijk voor je relatie met vroegere cliënten. Je dient zeer voorzichtig te zijn als je een andere / nieuwe relatie met een vroegere cliënt aangaat. Het gaat om relaties zoals: vriendschap, zakelijke relaties, seksuele relaties, liefdesrelaties, training, supervisie, intervisie en andere relaties. Iedere verandering in relatie dien je te bespreken tijdens de supervisie. Bij de beslissing of een andere relatie is toegestaan, dien je te kijken naar het feit of het probleem / de oorspronkelijke (hulp)vraag of relatie nog aanwezig is en in hoeverre de oude (counsel)relatie, met name de machtsverhoudingen zijn opgeheven.

B.5.4 Als je tot een organisatie behoort die seksuele omgang met vroegere cliënten verbiedt, ben je hieraan altijd gebonden.

B.6 Competentie.
B.6.1 Counsellor’s Competentie.
B.6.1.1 Je dient een bepaald niveau van competentie te hebben bereikt voordat je begint met counsellen en je dient je niveau steeds te verhogen alsmede gebruik te maken van regelmatige en voortdurende intervisie of supervisie.

B.6.1.2 Je dient actief je eigen competentie te vergroten door intervisie of supervisie en bereid te zijn de meningen van je cliënten en collega’s in overweging te nemen.

B.6.1.3 Je dient je eigen functioneren te controleren en mag niet counsellen als je onder invloed bent van alcohol of andere drugs. In situaties van persoonlijke emotionele moeilijkheden, of ziekte, dien je goed in de gaten te houden tot welk punt je nog competent je werk kunt blijven doen en neem je gepaste maatregelen als het niet meer gaat.

B.6.1.4 Competentie houdt ook in dat je weet wanneer het noodzakelijk is om je cliënt door te verwijzen.

B.6.1.5 Je zorgt ervoor dat je relatie met de cliënt niet overheerst wordt door je eigen (emotionele) behoeften.

B.6.1.6 Je dient in overweging te nemen of er een noodzaak is voor een beroeps- aansprakelijkheidsverzekering en als het nodig is voor een goede dekking te zorgen.

B.6.1.7 Als je niet zeker bent of een bepaalde actie of situatie tegen de Ethische Code ingaat, dien je dit te bespreken met je supervisor of intervisiegroep.

B.6.2 Je bent verantwoordelijk voor je eigen veiligheid.

B.6.3 Counselling Supervisie of Counselling Intervisie.
B.6.3.1 Counselling Supervisie en Intervisie verwijst naar een formele setting waardoor counsellors hun counselling kunnen bespreken met 1 of meerdere ervaren counsellors die een ruim begrip hebben van counselling en supervisie of intervisie van counsellors. Het doel van deze vertrouwensrelatie is om er voor te zorgen dat de cliënt – counsellor relatie efficiënt is.

B.6.3.2 De rol van de counsellor supervisor dient zo onafhankelijk mogelijk te zijn. De supervisor mag geen andere relaties met de counsellor of zijn cliënten hebben.

B.6.3.3 Counselling supervisie dient regelmatig, consistent en passend te zijn voor counselling. De hoeveelheid dient in verhouding te staan met hoeveel uren je counselt en je ervaring.

B.6.3.4 De leden van de intervisiegroep dienen eerst begeleide intervisie te hebben gehad onder leiding van een ervaren intervisiebegeleider, daarna kunnen ze zelfstandig verder.

B.6.4 Er zijn tal van regels, wetten, voorschriften en andere ethische codes waarvan je op de hoogte dient te zijn. Bestudeer die grondig. Welke dat zijn hangt af van je eigen situatie en onder welke omstandigheden je counselt. Vraag hierom bij je eigen beroepsvereniging, je werkgever of opdrachtgever. Onwetendheid is geen excuus om de regels (per ongeluk) te overtreden.

Deze regels gelden vanaf het moment dat je bent ingeschreven als student. Ook in oefensituaties. Laat ze geen juk worden, maar een hulp om zo zuiver mogelijk je werk te doen. Ze zullen zowel jezelf als je cliënten voor mogelijke problemen kunnen behoeden.

Het overtreden van deze regels vinden we een ernstige zaak. Mocht je het te bont maken, dan kun je geschorst worden en zakken als een baksteen. In het begin, als je alles nog dient te leren zijn we niet zo streng, maar later natuurlijk wel. Het hangt een beetje van de fout en de gevolgen af.

Dus leer ze goed en pas ze steeds toe.