Waarom ons eigen oordeel vaak meer over onszelf zegt dan over de cliënt
Wie al langer mensen begeleidt, kent het gevoel waarschijnlijk wel.
Een gesprek dat maar niet op gang lijkt te komen. Een cliënt die weinig zegt, afwachtend blijft of steeds hetzelfde verhaal vertelt. Er ontstaat iets in het gesprek waardoor de vanzelfsprekendheid verdwijnt. Het contact voelt minder vloeiend en ongemerkt begint er iets in de begeleider te gebeuren.
We gaan harder werken.
We stellen meer vragen. We zoeken naar een ingang, proberen het gesprek weer op gang te brengen of hopen dat de ander eindelijk tot een inzicht komt. Soms merken we zelfs een lichte irritatie of ongeduld. En niet zelden trekken we, zonder dat we het beseffen, een conclusie over de ander.
“Hij staat niet open voor verandering.”
“Zij zit in de weerstand.”
“Hij is niet gemotiveerd.”
Het zijn begrijpelijke gedachten. Maar zijn het ook waarnemingen?
Wanneer waarnemen overgaat in interpreteren
Ons brein is voortdurend bezig betekenis te geven aan wat we zien en horen. Dat is een waardevolle eigenschap. Zonder die eigenschap zouden we de wereld nauwelijks kunnen begrijpen.
Toch schuilt hierin ook een risico.
In een begeleidingsgesprek zien we iemand stilvallen en noemen dat weerstand. We horen korte antwoorden en denken aan een gebrek aan motivatie. We zien iemand wegkijken en concluderen dat hij iets ontwijkt.
Maar in werkelijkheid hebben we slechts gedrag waargenomen. Alles wat daarna komt, is een interpretatie.
En precies op dat punt verandert vaak de kwaliteit van het gesprek.
Want zodra wij onze interpretatie voor waar aannemen, luisteren we niet langer om te ontdekken wat er speelt. We luisteren om bevestigd te krijgen wat we al denken te weten.
Misschien zit de weerstand niet alleen bij de cliënt
Binnen coaching en counselling wordt regelmatig gesproken over weerstand. Vaak doelen we daarmee op de cliënt die niet lijkt mee te bewegen of verandering uit de weg gaat.
Maar misschien is het minstens zo waardevol om op zo’n moment een andere vraag te stellen.
Wat gebeurt er eigenlijk in mij?
Misschien voel ik de behoefte dat het gesprek vooruit moet. Misschien word ik onzeker omdat ik niet goed weet waar het gesprek naartoe gaat. Misschien wil ik graag iets betekenen en ervaar ik frustratie wanneer dat niet lijkt te lukken.
Het bijzondere is dat juist deze gevoelens invloed hebben op de manier waarop wij waarnemen. Ze maken dat we sneller interpreteren, sneller oplossingen aandragen en sneller geneigd zijn om richting te geven aan het gesprek. Niet omdat we de cliënt niet begrijpen. Maar omdat we zelf moeite krijgen met de onzekerheid die bij ieder echt gesprek hoort.
Professioneel begeleiden vraagt om zelfwaarneming
Carl Rogers beschreef ooit dat de belangrijkste instrumenten van een begeleider niet de technieken zijn, maar de begeleider zelf.
Dat betekent dat professioneel begeleiden niet alleen vraagt om aandacht voor de cliënt, maar ook om aandacht voor de eigen binnenwereld. Kan ik opmerken dat ik ongeduldig word? Merk ik dat ik graag resultaat wil zien? Voel ik de neiging om het gesprek over te nemen?
Juist wanneer we dat bij onszelf leren herkennen, ontstaat er opnieuw ruimte om werkelijk te luisteren. Niet vanuit de behoefte om iets op te lossen. Maar vanuit oprechte nieuwsgierigheid.
Waarnemen vraagt moed
Zuiver waarnemen is misschien wel één van de moeilijkste vaardigheden van een counsellor. Niet omdat het technisch ingewikkeld is. Maar omdat het betekent dat we onze behoefte om snel te begrijpen, te verklaren of te helpen telkens opnieuw even moeten uitstellen.
Dat vraagt vertrouwen. Vertrouwen dat de ander zijn eigen tempo heeft. Vertrouwen dat stilte soms meer zegt dan woorden. En misschien vooral vertrouwen dat een goed gesprek niet altijd direct ergens naartoe hoeft.
Vaak ontstaat het belangrijkste inzicht pas op het moment dat wij stoppen met zoeken.
Verdieping – Marshall Rosenberg
Marshall Rosenberg, grondlegger van de Geweldloze Communicatie, maakte een scherp onderscheid tussen waarnemenen oordelen. Volgens hem raken die twee in het dagelijks leven voortdurend met elkaar vermengd.
Hij schreef:
“Observe without evaluating is the highest form of human intelligence.”
Daarmee bedoelde hij niet dat we geen mening mogen hebben. Wel dat werkelijk contact pas mogelijk wordt wanneer we eerst zorgvuldig leren onderscheiden tussen wat we feitelijk waarnemen en de betekenis die wij daar vervolgens zelf aan geven.
Misschien begint professioneel begeleiden daarom niet bij de vraag:
“Wat is er met deze cliënt aan de hand?”
Maar bij een veel eerlijkere vraag:
“Wat gebeurt er op dit moment eigenlijk in mij?”
Ter overdenking
Wanneer had jij voor het laatst het gevoel dat een gesprek stroef verliep?
En als je daar nu op terugkijkt…
Was er vooral weerstand bij de ander?
Of ontdekte je achteraf ook iets over jezelf?
Wil je leren hoe je deze zelfwaarneming bewust inzet in gesprekken. Ontdek onze opleiding Counselling Basics, waar gesprekstechnieken en zelfreflectie samenkomen.
Aantal Cursisten Afgestudeerd
Sinds
Slagingspercentage



