Wat er gebeurt wanneer je als begeleider het gesprek weer op gang wilt krijgen
Een gesprek kan soms verrassend stroef verlopen.
Je stelt een vraag, maar krijgt een kort antwoord. Je probeert verder te vragen, maar de ander lijkt zich steeds meer terug te trekken. Je vat samen, maar er komt weinig reactie. Misschien valt er een stilte die langer duurt dan je prettig vindt.
En ergens in jezelf ontstaat de gedachte:
Ik moet iets doen.
Dat is een heel menselijke reactie. Zeker wanneer je als coach of counsellor graag wilt helpen. Je hebt geleerd hoe je een gesprek kunt opbouwen, welke vragen je kunt stellen en hoe je iemand kunt uitnodigen om verder te onderzoeken.
Maar juist op het moment dat een gesprek niet loopt zoals je had verwacht, kan er iets anders gebeuren.
Je gaat harder werken.
Wanneer de begeleider gaat trekken
Misschien stel je sneller achter elkaar vragen. Je probeert een andere techniek. Je geeft een samenvatting om het gesprek weer richting te geven. Of je komt met een suggestie waarvan je hoopt dat die de ander in beweging brengt.
Op zichzelf is daar niets mis mee.
Maar soms ontstaat er ongemerkt een patroon: hoe minder beweging je bij de cliënt ervaart, hoe meer jij als begeleider probeert te bewegen.
En juist daardoor kan de afstand groter worden.
De cliënt merkt misschien dat jij iets van hem verwacht. Dat hij moet antwoorden. Dat het gesprek ergens naartoe moet. Terwijl hij zelf misschien nog helemaal niet weet wat hij wil zeggen.
Wat begon als jouw wens om te helpen, kan dan ervaren worden als druk.
Weerstand zit niet altijd bij de cliënt
We spreken in coaching en counselling gemakkelijk over weerstand.
De cliënt werkt niet mee.
De cliënt blijft in hetzelfde verhaal hangen.
De cliënt wil niet veranderen.
Maar het is de moeite waard om daar als begeleider voorzichtig mee om te gaan. Want soms noemen we weerstand wat in werkelijkheid iets anders is. Misschien is de cliënt nog niet zover. Misschien voelt hij zich onvoldoende veilig om verder te gaan. Misschien sluit jouw vraag niet aan bij wat er op dat moment bij hem speelt.
Of misschien ben jij als begeleider al ergens naartoe aan het werken, terwijl de cliënt daar nog helemaal niet is. Weerstand kan dan niet alleen iets van de cliënt zijn. Het kan ook iets zeggen over wat er tussen de cliënt en de begeleider gebeurt.
En dat vraagt om een andere blik.
Kun je het ongemak verdragen?
Een van de moeilijkste vaardigheden van professioneel begeleiden is misschien wel het verdragen van wat er even niet gebeurt.
Een stilte.
Een aarzelend antwoord.
Een cliënt die niet meteen weet wat hij voelt.
Een gesprek dat niet duidelijk vooruitgaat.
Onze neiging kan zijn om dat ongemak zo snel mogelijk op te lossen. Maar wat gebeurt er als je het even laat bestaan? Misschien komt er na de stilte alsnog iets. Misschien ontdekt de cliënt dat hij eigenlijk niet weet wat hij wil zeggen. Misschien wordt juist duidelijk waar het werkelijk over gaat.
En misschien merk je als begeleider dat jouw eigen onrust vooral ontstaat omdat jij vindt dat het gesprek ergens naartoe moet.
Dat laatste kan een waardevol inzicht zijn.
Wat gebeurt er bij jou?
Wanneer een gesprek niet lekker loopt, zijn we vaak geneigd om vooral naar de cliënt te kijken.
Wat doet hij? Waarom reageert hij zo? Waarom komt hij niet verder?
Maar misschien is een andere vraag veel interessanter:
Wat gebeurt er bij mij?
Word ik ongeduldig? Voel ik onzekerheid? Ben ik bang dat ik niet goed genoeg begeleid? Wil ik graag laten zien dat ik weet wat ik moet doen?
Of ben ik simpelweg ongemakkelijk met het feit dat ik niet weet waar het gesprek naartoe gaat?
Dat zijn geen fouten.
Het zijn signalen.
Juist wanneer je leert om ook je eigen reacties waar te nemen, ontstaat er meer vrijheid in het gesprek.
Aansluiten voordat je verdergaat
Professioneel begeleiden betekent niet dat je altijd moet weten wat de volgende stap is. Soms betekent het juist dat je bereid bent om een stap terug te doen. In plaats van een nieuwe vraag te stellen, kun je bijvoorbeeld benoemen wat je waarneemt:
“Ik merk dat het gesprek wat stilvalt. Hoe is dat voor jou?”
Of:
“Ik heb het gevoel dat ik je veel vragen stel. Sluit dat eigenlijk wel aan bij wat jij nu nodig hebt?”
Daarmee geef je het gesprek terug aan de cliënt. Je hoeft het niet op te lossen. Je onderzoekt samen wat er gebeurt.
En soms ontstaat daardoor precies de opening die je met een nieuwe techniek niet had kunnen creëren.
De begeleider hoeft het gesprek niet te dragen
Misschien zit daar wel een belangrijke verschuiving in professioneel begeleiden. Je bent verantwoordelijk voor de kwaliteit van het gesprek, maar je hoeft niet verantwoordelijk te zijn voor de uitkomst ervan.
De cliënt hoeft niet tijdens ieder gesprek een inzicht te krijgen. Er hoeft niet altijd een doorbraak te zijn. Een gesprek mag soms zoekend zijn.
En juist wanneer jij niet voortdurend probeert het gesprek te sturen, ontstaat er ruimte voor de cliënt om zelf meer verantwoordelijkheid te nemen.
Dat betekent niet dat je passief wordt. Integendeel. Het vraagt juist dat je voortdurend blijft waarnemen, afstemmen en reflecteren. Maar je handelt niet meer vanuit de gedachte:
Ik moet dit gesprek weer op gang krijgen.
Je kunt jezelf een andere vraag stellen:
Wat vraagt dit gesprek op dit moment van mij?
Een kleine oefening
Let tijdens je volgende gesprekken eens bewust op het moment waarop je merkt dat het niet meer vanzelf lijkt te gaan.
Misschien ontstaat er een stilte. Misschien geeft de cliënt korte antwoorden. Misschien merk je dat jij harder gaat werken.
Probeer dan niet onmiddellijk iets te veranderen.
Neem eerst waar wat er bij jou gebeurt.
Wat voel je?
Waar ben je bang voor?
Wat wil je graag bereiken?
En wat zou er gebeuren als je dat even niet hoeft te bereiken?
Misschien ontdek je dat je niet méér hoeft te doen. Misschien hoef je alleen maar beter aan te sluiten.
Tot slot
Een goed gesprek is niet altijd een gesprek waarin veel gebeurt. Soms gebeurt er juist veel in de stilte, in de aarzeling of in het moment waarop je als begeleider even niet weet wat je moet doen.
Dat kan ongemakkelijk zijn. Maar het is ook precies daar waar je als begeleider iets belangrijks kunt leren. Niet alleen over de cliënt, maar ook over jezelf. Want professioneel begeleiden betekent niet dat je ieder gesprek soepel moet laten verlopen.
Het betekent dat je aanwezig kunt blijven, ook wanneer je niet weet waar het gesprek naartoe gaat. En misschien is dat wel een van de belangrijkste vormen van vertrouwen die je een cliënt kunt geven:
het vertrouwen dat het gesprek niet altijd ergens naartoe hoeft, voordat het ergens over kan gaan.
Reflectievraag
Wat gebeurt er bij jou wanneer een gesprek niet loopt zoals je had verwacht?
En kun je dat de volgende keer eerst waarnemen, voordat je probeert het gesprek weer op gang te brengen?
Aantal Cursisten Afgestudeerd
Sinds
Slagingspercentage


